Ethiek: soorten vragen

In het begin van deze e-learning module hebben we al kennisgemaakt met het verschijnsel levensvragen. Het is een begrip waar je nu wel mee vertrouwd zult zijn. Reden te meer om het iets ingewikkelder te maken.

Levensvragen kunnen gaan over twee zaken: de zin of onzin van het leven òf over zaken van goed en kwaad. Die twee zaken leveren verschillende vragen op. Daarom moeten we van nu af de levensvragen indelen in vragen met betrekking tot zin of onzin van het leven en vragen met betrekking tot goed en kwaad. De eerste soort vragen noemen we levensbeschouwelijke vragen. De tweede soort vragen noemen we ethische vragen.

Levensbeschouwelijke vragen gaan zoals gezegd over de betekenis van het leven, de zin of onzin ervan en worden meestal beantwoord met ‘is’-zinnen.

Een voorbeeld

Wie of wat is God?
Antwoorden:

  • God is onze vader.
  • God is als een moeder.
  • God is een raar mannetje
  • God bestaat niet.

Ethische vragen hebben te maken met wat we in andere projecten de ethische inhoudsdimensie hebben genoemd: het gaat hier steeds om de vragen met betrekking tot goed en kwaad. De antwoorden erop worden meestal gegeven in de vorm van ‘mag’- of ‘moet’-zinnen.

Voorbeeld

Mag ik abortus plegen?Antwoorden:

  • Je moet zelf weten of je abortus pleegt; het is je eigen beslissing.
  • Je mag een ongeboren vrucht niet doden: dat is moord.
  • Of iemand al dan niet abortus mag plegen is afhankelijk van de situatie waarin de zwangere vrouw zich bevindt.


Met de volgende test kun je uitproberen of je de verschillende soorten vragen kunt onderscheiden.