Eerste en tweede taal 3
UIt de antwoorden op de vorige test kun je afleiden dat bepaalde vragen gewoon niet gesteld moeten worden.
Een modern voorbeeld:
Je hebt twee softwareprogramma's, Photoshop en Excel. Je hebt in de handleiding gelezen, dat Photoshop bedoeld is om beeldbewerkingen te doen en dat Excel uitstekend geschikt is om cijferberekeningen te doen.
Wat doe je vervolgens: je start Photoshop en probeert ermee een aantal berekeningen te maken. En je vraagt je zus om met Excel enkele foto's te bewerken, omdat ze te donker zijn.
Iedereen die dit verhaal hoort, zal je snel kunnen vertellen dat je een softwareprogramma niet moet gebruiken voor iets waarvoor het niet ontworpen is, want dat werkt niet!
Op dezelfde manier moet je denken als het gaat om teksten in de eerste en tweede taal. Eerstetaalteksten schrijft iemand om antwoord te geven op vragen als 'wie, wat waar, hoe en hoeveel'. Andere vragen kun je er beter niet aan stellen, want die vragen worden toch niet beantwoord.
Het verhaal van koning Midas bestoken met eerstetaalvragen levert niets op, want om daar antwoord op te geven is het nooit geschreven.
Wat mensen met computerprogramma's moeiteloos lukt, is een moeizame opgave als het gaat om eerste en tweede taal. Als je dit onderscheid de komende tijd wel kunt maken hebt je een enorme stap genomen. Want je bent dan verder dan vele mensen die alle teksten met één soort gereedschap benaderen, namelijk met eerstetaalvragen. Als je moeiteloos kunt overstappen van de ene taal naar de andere, heb je levensbeschouwelijk grote vooruitgang gemaakt.
Hieronder staan enkele vormen van teksten. Met welk gereedschap moet je die benaderen: eerste of tweede taal?
|
Eerstetaalvragen
| |
|
Tweedetaalvragen |
|
Eerstetaalvragen
| |
|
Tweedetaalvragen
|
|
Eerstetaalvragen
| |
|
Tweedetaalvragen
|
|
Eerstetaalvragen
| |
|
Tweedetaalvragen |
|
Eerstetaalvragen | |
|
Tweedetaalvragen
|
|
Eerstetaalvragen
| |
|
Tweedetaalvragen
|