Eerste en tweede taal 2
Vermoedelijk heb je voor antwoord TWEE gekozen: de manier van reageren, zoals die bij B werd beschreven, is inderdaad een levensbeschouwelijke benadering.
Laten we het als volgt uitleggen:
Zakelijke vragen hebben feiten, cijfers, bewijsbare zaken als antwoord. Die taal van feiten, cijfers en vaststaande zaken noemen we de eerste taal. Bij zakelijke vragen hoort de eerste taal.
Levensvragen hebben gevoelens, ideeën, beelden, minder vaste zaken als antwoord. Deze taal van gevoelens, beelden en verhalen noemen we de tweede taal.
Dat betekent het nodige! Want je zult zien dat met zakelijke vragen naar een tekst gaan die vol levensvragen zit helemaal niets oplevert. Maar evenmin is het erg nuttig om met levensvragen naar een zakelijke tekst te gaan. Want die is daar niet voor geschreven.
Als je begrijpt dat je met zakelijke vragen niet maar een tweedetaaltekst mag gaan en niet met levensvragen een zakelijke tekst mag bestormen, moet het mogelijk zijn de volgende goed-fout test goed te doen. We hebben vastgesteld dat het verhaal van koning Midas een levensbeschouwelijke tekst is, dus in de tweede taal gelezen moet worden. Welke van de volgende vragen mag je dan aan deze tekst stellen?
Waar Niet waar
Waar Niet waar
Waar Niet waar
Waar Niet waar
Waar Niet waar
Waar Niet waar