De inhoudsdimensies

De belevingsdimensie

Het beste kun je iemands belevingsdimensie op het spoor komen door te vragen: Wat betekent leven voor jou? Wat is de zin van het bestaan? Wat maakt voor jou het leven de moeite waard? Op die manier kom je erachter, welke zaken belangrijk zijn voor die persoon.

De belevingsdimensie is moeilijk te omschrijven, want eigenlijk moet je zeggen dat als je naar de andere dimensies gekeken hebt, dan de belevingsdimensie vanzelf duidelijk wordt.

De taaldimensie

Deze dimensie zijn we al tegengekomen bij onze opmerkingen over eerste en tweede taal. We verwooorden op alle mogelijke manieren onze levensbeschouwelijke opvattingen in verhalen, gedichten, beelden, enzovoort. En dat is allemaal taaldimensie.

De rituele dimensie

De rituele dimensie laat zien hoe mensen hun diepste gevoelens en opvattingen uiten in gebaren, symbolen en riten.
We onderscheiden daarbij
tekens, gebaren of afbeeldingen met slechts één betekenis; symbolen, gebaren of afbeeldingen die naar iets anders verwijzen, dus meer dan één betekenis hebben; symbolische handelingen, het symbool in actie ofwel een handeling die naar iets anders verwijst dan naar de handeling alleen.
Symbolische handelingen treffen we aan op de momenten, dat het leven gevierd wordt: men staat stil bij hoogte- en dieptepunten van het leven.
Daarnaast kennen we ook
riten: (vaak) herhaalde handelingen die naar iets anders verwijzen. Een rite is een symbolische handeling, maar een symbolische handeling hoeft geen rite te zijn.
Het verschil tussen
gewoonte en rite is dat de gewoonte niet naar iets anders verwijst en de rite juist wel.
Riten zijn belangrijk om
* te benadrukken wat belangrijk is in het leven
* je gevoelens bij die gebeurtenissen te uiten
* manieren te vinden om samen met anderen deze gevoelens te delen
* structuur in je leven aan te brengen.

De sociale dimensie

Mensen kunnen niet zonder groepsvorming. Geleerden zeggen dan ook vaak, dat de mens een sociaal wezen is. Dan bedoelen ze niet dat je niet-egoïstisch bent, niet-asociaal, maar dat je steeds bezig bent groepen en groepjes te vormen. Mensen trekken naar elkaar toe, ze leven in groepen samen, gaan binnen een groep dood en voeren in groepen oorlog.

Ook wat betreft levensbeschouwing willen mensen graag tot een groep behoren. De duidelijkste vormen daarvan zien we in de georganiseerde levensbeschouwingen, waar we het eerder over gehad hebben.
Meestal hebben deze levensbeschouwingen 6 duidelijke kenmerken:
1. Er is een gebouw.
2. Er zijn functionarissen.
3. Er zijn verhalen of boeken.
4. Er zijn feesten.
5. Er zijn riten.
6. Er zijn organisaties.

We kunnen zien, dat de godsdienstige levensbeschouwingen meestal heel sterk georganiseerd zijn. Op deze manier blijft de groep beter bij elkaar, kan men elkaar steunen en blijft de band het sterkst. Ook bij de niet-godsdienstige levensbeschouwingen vinden we er meerdere, die sterk georganiseerd zijn. Het fascisme en het communisme zijn daar voorbeelden van. Ook het Humanistisch Verbond in Nederland probeert voor humanisten een gemeenschap te zijn. De zes genoemde kenmerken zijn het zichtbare gezicht van een levensbeschouwing.
Moeilijker wordt het als iemand zegt niet bij een georganiseerde levensbeschouwing te behoren. We kennen in Nederland verschillende levensbeschouwingen, die door veel mensen aangehangen worden, maar waar nauwelijks een vorm van organisatie voor te vinden zijn. Vaak omdat mensen bang zijn om zich aan een groep te binden. ”Dan moet je allerlei dingen doen en geloven, waar ik niet achter kan staan,” zeggen veel jongeren. ”Een georganiseerde levensbeschouwing stelt allerlei eisen, waar ik geen zin in heb. Je mag dan ineens een hoop dingen niet,” zegt een ander.

De ethische dimensie

Ieder mens heeft op zijn eigen wijze een idee van goed en kwaad. Je krijgt die opvattingen mee met je opvoeding, je cultuur, je vrienden en je eigen ervaringen in het leven. Wat voor jou belangrijke zaken in je leven zijn, noemen we je belangrijkste waarden. Ieder mens heeft zo'n set met waarden, die ingebed liggen in zijn levensbeschouwing. Dat noemen we de ethische dimensie van een levensbeschouwing. Wat je goed of slecht vindt, heeft direct of indirect te maken met je levensbeschouwing. In ieders levensbeschouwing liggen de waarden in een bepaalde volgorde. Iemand die zegt, dat zijn belangrijkste waarden gezondheid, geld en vrienden zijn, heeft andere opvattingen over wat belangrijk in zijn leven is dan een ander, die heeft gekozen voor liefde, vertrouwen en natuur.
Alles kan een waarde voor je zijn, zowel rechtvaardigheid als een nieuwe racefiets, een gezond lichaam maar ook vrede op aarde.

De doctrinele dimensie

Als je langere tijd nadenkt over je levensbeschouwing, kom je tot de slotsom, dat je ideeën over het leven, de mens, God e.d. in een aantal regels samen te vatten zijn. Iedere levensbeschouwing heeft een aantal van die regels, waarin de belang­rijkste ideeën van die levensbeschouwing beschreven staan. We noemen die regels een credo, een geloofsbelijdenis, een doctrine of leer. Deze dimensie heet de doctrinele dimensie.

Leerlingen die weleens een katholieke dienst hebben meegemaakt, weten dat er na de preek meestal de geloofsbelijdenis gebeden wordt: 
Ik geloof in God de almachtige vader, schepper van hemel en aarde
en in Jezus Christus, zijn enige zoon.....
Christen zijn en niet geloven in God of in Jezus van Nazareth is onmogelijk.

De islam kent de beroemde geloofsformule: Allah is God en Mohammed is zijn profeet. Dat betekent voor de gelovige moslim, dat Allah en Mohammed niet gemist kunnen worden in zijn levensbeschouwing.

Op de volgende pagina's testen we je kennis van de inhoudsdimensies.