Al zoveel keren heeft Mozes het volk moeten opkrikken, als het wanhopig was, als het niet geloofde dat de bevrijding een goede kant zou opgaan. Steeds is hij door de kortzichtigheid en de berusting van het volk teleurgesteld en hij vraagt zich af, waarom hij toch steeds doorgaat, soms tegen beter weten in.\n\nHet volk is nu echt te ver gegaan. Ze hebben Jaweh aan de kant gezet, dat betekent dat ze Mozes ook opzijgeschoven hebben voor de aanbidding van een ordinair gouden kalf.\n\nMozes pakt zijn spullen in. Hij gaat met vrouw en kind verder, weg van het trouweloze volk.\n\nEinde verhaal!\n\n[[Intro]]
Hij - zijn naam is ondertussen 'Mozes' geworden - loopt door het slavenkamp, waar hij als Egyptenaar ongestoord kan rondlopen. Hij ziet dat een Egyptische opzichter een Hebreese slaaf afranselt en halfdood slaat. Over deze daad wordt hij zo woedend, dat hij de opzichter zelf neerslaat en deze blijkt dood te zijn.\n\nWat nu te doen?\n[[Vergeving vragen aan de Farao]] \nHIj zal verklaren dat het geen kwaad opzet was, dat hij de opzichter duidelijk wilde maken dat halfdode slaven helemaal niet kunnen werken. Dus dat je hen goed moet behandelen om er ten volle profijt van te hebben. Dat de opzichter zo ongelukkig gevallen was, dat het hem zijn leven kostte, was Mozes' schuld niet.\n\n[[Vlucht de woestijn in]] \nMozes vertrouwt de Farao niet meer. Hij krijgt ook steeds meer sympathie voor de Hebreeën die in zijn ogen een beter bestaan verdienen dan dat van slaaf in Egypte.
Zijn vertrouwen in Jaweh is zo groot dat hij ondanks de naderende ellende zijn geloof in de God van de bevrijding niet kwijt raakt. Hij strekt zijn staf boven het water van de Rode Zee. Die wijkt en er ontvouwt zich een doorwaadbare plaats, waar het volk in een hoog tempo doorheen rent om aan de veilige overkant te komen.Als iedereen aan de overkant is en de strijdwagens eveneens de doorwaadbare plaats instormen, laat Mozes zijn staf weer zakken en het water stromt terug naar de oude bedding. De zware strijdwagensmet hun zwaar opgetuigde bemanning komen vast te zitten in de modder en worden overspoeld door het water. \nDe vluchtelingen gaan door en komen tot de ontdekking dat er ook onaangename kanten aan de bevrijding van Egypte zitten. Ze gaan zelfs zover, dat sommigen tegen Mozes zeiden: "Waarom heb je ons uit Egypte meegenomen? Hadden we niet beter bij de vleespotten van Egypte kunnen blijven? Dan moeten we wel hard werken, maar we krigjen tenminste een maaltijd in plaats van hier zo ongeveer van de honger te sterven."\n\nMozes' reactie daarop:\n[[Als jullie terugwillen gaan we terug]]\n[[Met Jawehs hulp komen we wel verder]]
Je bent een onderdrukte joodse vrouw die een zoon gekregen heeft. [[Je verbergt hem in je huis]]\nof\n[[Je legt hem te vondeling]] Misschien zijn er Egyptenaren die een lieve baby anders bekijken dan de Farao en zijn mensen en die hemin hun huis willen opnemen en opvoeden. Ik ben hem kwijt helaas, maar hij blijft wel leven.
Mozes wordt opgepakt door de andere opzichters en voor de Farao gebracht. Het feit dat hij een echte Egyptenaar heeft doodgeslagen, terwijl hij zelf eengeadopteerde Hebreeër is, doet de Farao in woede ontsteken.\n\nHij geeft opdracht Mozes ter dood te brengen als straf voor de moord op de opzichter.\n\nEinde Verhaal \nTerug naar [[Intro]]
Bij de voortdurende huiszoekingen van de Egyptische opzichters en soldaten wordt je kind gevonden in zijn schuilplaats en zij maken hem dood.\n\nEinde verhaal\nTerug naar [[Intro]]
Mozes beseft dat het geen gemakkelijke opgave zal zijn om met een ontevreden klagend volk naar de bevrijding te gaan. Dus kiest hij voor een duidelijke oplossing. Als jullie niet willen, dan komt er geen bevrijding, dan gaan we terug naar de onderdrukking met eten in Egypte.\n\nHet verhaal van de bevrijding is zo op een fiasco uitgelopen.\n\n[[Intro]]\n\n
Je bent een onderdrukte joodse vrouw die een zoon gekregen heeft. [[Je verbergt hem in je huis]]\nof\n[[Je legt hem te vondeling]] Misschien zijn er Egyptenaren die een lieve baby anders bekijken dan de Farao en zijn mensen en die hemin hun huis willen opnemen en opvoeden. Ik ben hem kwijt helaas, maar hij blijft wel leven.
Mozes nadert de struik. Hij wordt geroepen door zijn God, die zijn naam onthult:Jaweh, Ik zal er zijn.\nJaweh heeft de ellende van het Hebreese volk gezien en hun jammeren gehoord. Hij wil een einde aan de onderdrukking maken en het volk een leven in vrijheid geven.\nHij wil dat Mozes deze bevrijding zal leiden en met zijn broer Aaron naar de Farao zal gaan om hem te bewegen de slaven vrij te laten.\n\nMozes sputtert tegen en heeft diverse uitvluchten:\n"Wie zal ik zeggen dat mij stuurt. Ze zullen me niet geloven."\n"Ze zullen niet naar me luisteren, want ik ben maar een zwakke mens"\n"Ik ben geen goede spreker. Ik kan niet uit mijn woorden komen."\n\nDoor deze tegenwerpingen merkt Mozes dat de taak voor hem veel te zwaar is. \n[[Hij weigert de opdracht]]\n[[Hij luistert naar Jaweh]]
Exodus
Bang als hij is voor de gevolgen die het gehoorzamen aan Jaweh met zich mee zal brengen, trekt hij zich terug met zijn kudde en gaat terug naar Midjan. Hij blijft de rest van zijn leven bij Sippora en sterft in Midjan.De Hebreeën blijven zuchten onder de dwangarbeid in Egypte.\n\nEinde verhaal!\n\n[[Intro]]
Mozes houdt zich vast aan het geloof, dat de God van de bevrijding hen zal helpen ook deze moeilijkheden door te komen. "Het kan niet zo zijn dat we aan de slavernij in Egypte ontsnappen en dan met hangende pootjes teruggaan. \nAls we volhouden, komt er een oplossing en kunnen we de vleespotten van Egypte voorgoed achter ons laten."\n\nDe vluchtelingen trekken door de woestijn en komen aan bij de berg Sinaï. Daar ontmoet Mozes Jaweh en ontvangt van Hem de Tien Geboden, de Tien Woorden van bevrijding, die nodig zijn om het volk in vrijheid te laten leven.\n\nAls hij naar beneden komt met de stenen, waarop de Tien Woorden gebeiteld zijn, ontdekt hij tot zijn woede dat het volk - tenminste een groot deel ervan - zich van Jaweh heeft afgekeerd en begonnen is een gouden kalf te gieten en te aanbidden.\n\n[[Mozes neemt het voor Jaweh op]]\n[[Mozes verlaat teleurgesteld zijn volk]]
Mozes ziet in dat de groep vluchtelingen het nooit zal kunnen opnemen tegen de strijdwagens en de zwaar bewapende militairen van de Farao. Hij denkt dat hij en zijn vrouw beter de benen kunnen nemen, nu ze nog wegkunnen.\nZe vluchten en leven als ballingen buiten Egypte.\n\nEinde verhaal\n\n[[Intro]]
Mozes denkt meteen aan iets kwaadaardigs, iets wat niet in de haak is en kiest ervoor om weg te gaan.\n\nHij keert terug naar Sippora en Gersom en neemt na de dood van Jetro de kudde over en wordt een welvarend man in Midjan.\n\nEinde verhaal!\n\nTerug naar [[Intro]]\n
Hij wordt gevonden door een belangrijke Egyptische dame, die hem in haar huis opneemt en opvoedt als haar eigen zoon. Hij wordt als Egyptenaar opgevoed.\n[[Hij vertrekt naar het buitenland]] \nom de rijkdom van zijn pleegfamilie nog groter te maken.\nof\n[[Hij komt in contact met de Hebreese slaven]] \nals hij hoort van het feit dat hij een pleegzoon is die geadopteerd is. Hij voelt verwantschap met hen, ook al zijn ze slaaf.
a { color: blue !important }\n#sidebar li:hover{color:grey;cursor:pointer;}\nbody {background-color:white;}\nbody {color:black;}
De aanblik van de machtige Farao, het indrukwekkende hof en de tovenaars van de vorst die lachen om zijn opdracht om het Hebreese volk weg te voeren uit de slavernij doen Mozes beseffen dat hij maar een loser in dit grote rijk is.\nHij buigt voor de Farao en laat zijn opdracht vallen. Het zal toch nooit lukken, denkt hij.\n\nEinde verhaal\n\n[[Intro]]
Hij vertrekt naar het buitenland en wordt een belangrijk zakenman. Hij trouwt met een Egyptische vrouw en teruggekeerd in Egypte profiteert hij van de Hebreese slaven in zijn samenleving.\n\nEinde verhaal\nTerug naar [[Intro]]
De belofte van Jaweh dat Hij met Mozes zal zijn en de aansporing van Jaweh om zijn broer Aaron mee te nemen, omdat die wel goed kan spreken, trekken Mozes over zijn angst en onzekerheid heen.\nHij gaat met Aaron naar de Farao in de veronderstelling dat die de Hebreeën wel zal laten gaan. Maar de Farao is vastbesloten om zijn goedkope arbeidskrachten niet te laten gaan en weigert toestemming om te vertrekken. \n[[Mozes geeft het nu echt op]]\n[[Mozes zoekt hulp bij Jaweh]]
Mozes is des duivels als hij merkt dat het volk de God van de bevrijding wil inruilen voor een gouden kalf dat zal worden aanbeden, zoals dat gebeurt bij de omringende volkeren.\nHij slaat met de stenen tafels het gouden kalf kapot en laat het verwoesten. Hij is er meer dan ooit van overtuigd dat de toekomst beter zal zijn dan in Egyte, maar dan moet iedereen er wel iets voor over hebben. Want de bevrijding en de vrijheid komen er niet door niets te doen, maar door de wetten van Jaweh te volgen en te onderhouden.\n\nMozes krijgt voor de tweede keer De Tien Woorden en het volk trekt verder richting Jordaan, waar aan de overkant het Beloofde Land ligt. Mozes staat op hoge leeftijd aan deze zijde van de Jordaan en zal de andere zijde nooit bereiken, want voor het volk de oversteek onderneemt, sterft hij.\n\nHij heeft zijn taak volbracht. De God van de bevrijding is de God van Israël geworden.\n\nVanaf die tijd herdenkt het volk der Joden elk jaar deze bevrijding uit de slavernij van Egypte, in de hoop dat er geen nieuwe slavernij op hun weg zal komen.
Mozes is zwaar teleurgesteld dat de Farao zo koppig is en geen toegevingen wil doen. Hij vertrouwt er echter op dat Jaweh hem niet in de steek zal laten en vraagt opnieuw om steun aan Jaweh. Die zegt dat de Egyptische mensen en bezittingen met rampen getroffen zullen worden als de Farao niet zal toegeven. We kennen die als de tien plagen.\nPas als de tiende plaag de eerstgeborenen van de Egyptenaren heeft gedood, laat de Farao het Hebreese volk onder leiding van Mozes gaan. \nAls het volk weggetrokken is richting het beloofde land, bedenkt de Farao zich en stuurt zijn soldaten met strijdwagens op pad om de Hebreeën terug te halen of te vernietigen. \nAls Mozes de strijdwagens ziet naderen,\n[[gaat hij er met zijn vrouw vandoor]]\n[[gelooft hij het volk te kunnen redden]]
Wim Mathijssen
Mozes gelooft niet dat de Farao hem goedgezind zal zijn, als hij zal horen dat hij de opzichter doodgeslagen heeft.\n\nHij pakt de meest noodzakelijke spullen en vlucht zonder opzien te baren op een ezel de woestijn in, op zoek naar een oase, waar de mannen van de Farao hem niet zullen zoeken.\n\nMozes komt aan in Midjan, waar hij bij een put gaat zitten. De zeven dochters van Jetro willen hun vee laten drinken bij de put, maar worden weggejaagd door enkele herders. Mozes beschermt de vrouwen tegen de herders en wordt daarom uitgenodigd bij Jetro. Deze geeft hem zijn dochter Sippora tot vrouw en ze krijgen een zoon, Gersom. Mozes is jaren in dienst bij zijn schoonvader als herder.\nOp een van zijn herderstochten ziet hij bij de berg Horeb een doornstruik branden. De struik wordt niet verteerd door het vuur.\n\n[[Mozes gaat er vandoor]]\n[[Mozes gaat op de struik af]]